![]() | ||||||
Het dorp Flossenbürg
Gelegen in een keteldal aan de voet van de ruïne van de oude feodale burcht , ligt het kleine dorpje Flossenbürg. In die tijd telde het dorp ongeveer 300 zielen en enkele steengroeven. Het dorpje lag in een dunbevolkte verarmde streek. Met granietwinning werd men immers niet rijk. De DESt pachtte voor een duur van 30 jaar de steengroeven en maakte ze rendabel door te werken met slavenarbeiders (Na de oorlog gingen alle DESt bezittingen (SS bezittingen!!!) over naar de Beierse staat.). Die slavenarbeiders waren in oorsprong allemaal rijksduitsers en gevangenen van 'gemeen recht' (groene driehoek) of asocialen (zwarte driehoek). Pas in het voorjaar van 1940 zouden de eerste buitenlandse gevangenen toekomen. De toenmalige dorpelingen kregen te horen dat de gevangenen uit het kamp "gangsters, bandieten, rovers, moordenaars,..." waren. Ze mochten hen ook geen hulp bieden. Het was hen verboden om te staan kijken zoniet zouden ze gestraft worden.. Praten over het KZ valt de oude generatie moeilijk. Nochtans zagen ze dagelijks lange kolonnen gevangenen door hun dorp marcheren. Op het eind waren het menselijke wrakken die voorbijkwamen. Ze konden of wilden niet reageren of hulp bieden. Het repressieve systeem dat men in nazi-Duitsland had uitgebouwd, zorgde ervoor dat niemand iets ondernam. Families, buren ,vrienden...konden en durfden elkaar niet te vertrouwen. Om in de gunst van de partij of een partijfunctionaris te staan, werd iemand vlug verraden. Wie niet deed wat van hem verwacht werd, kwam ook in het gevangenissen en kampsysteem terecht. | ||||||
| ||||||