De in 1940 opgetrokken kampgevangenis bestond uit 40 éénmanscellen met een ommuurde binnenplaats. Wie hier binnenkwam, was zeker ten dode opgeschreven. Hier werden de willekeurige straffen volbracht, gevangenen gefolterd en/of eenzaam opgesloten in een donkere cel waarbij soms ook alle voedsel ontzegd werd.

De kampgevangenis diende ook als gevangenis voor prominenten uit binnen- en buitenland. Daarbij bevonden zich belangrijke persoonlijkheden uit militaire, kerkelijke of politieke kringen die tegen het nationaal-socialisme gekant waren.

Begin 1945 werd er zo'n groep weerstanders uit verschillende gestapo- en wehrmachtgevangenissen en andere lagers naar het KZ-Flossenbürg overgebracht. Het betrof hier de Weerstandsgroep van "20 juli 1944". Tot die groep behoorden onder andere: Pastor Dietrich Bonhoeffer, Hans Oster, Wilhelm Canaris, Karl Sack, Ludwig Gehre, Theodor Strünck en Friedrich von Rabenau.

Op 9 april 1945 werden zij op de binnenplaats terechtgesteld. Meer dan 1000 andere mensen ondergingen hetzelfde lot tijdens het bestaan van het kamp.

Pastor Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) had als één van de weinige evangelische theologen zeer vroeg tegen het nationaal-socialisme actief weerstand geboden. Hij had ook contact met militaire kringen die tegen het regime gekant waren.

In 1964 werd praktisch de volledige kampgevangenis afgebroken.