Fr

Het concentratiekamp van Flossenbürg.

 

Flossenbürg, nu een idyllisch oord ergens in de Oberpfalz, Bayern, Duitsland, is gelegen op ongeveer 4 km van de Tsjechische grens. Het kleine stadje ligt ongeveer een 700 m boven de zeespiegel. Door die geografische ligging heerst er een landklimaat.

De ruïne van de oude feodale grensburcht torent hoog boven de stad en het golvende, bosrijke landschap uit. Het stadje werd helaas uitgekozen door de nazi's voor praktijken waarvan gelukkig nog niet alle sporen uitgewist zijn maar wel als stille getuigen aanwezig blijven in het landschap.

In mei 1938 werd hier het concentratiekamp "KZ-Flossenbürg" opgericht en bestuurd volgens het 'Dachau'-principe. Het werd het derde grootste concentratiekamp binnen de toenmalige Duitse grenzen. Het kamp, volledig door de eerste gevangenen opgebouwd, is gelegen in een keteldal. Door die specifieke ligging waren de uitbreidingsmogelijkheden erg beperkt en bleef het qua oppervlakte een relatief klein lager. Doordat het lager op de hellingen van het dal werden gebouwd, moesten er voor de barakken terrassen worden uitgehouwen uit de harde (granieten) ondergrond. Praktisch alle gebouwen van het kamp, ook deze van de SS-bewakers, waren uit hout opgetrokken. Slechts enkele gebouwen werden volledig uit steen opgetrokken: de hoofdgebouw, de wasserij, de keuken, het crematorium, het casino, de gevangenis en alle wachttorens.

De barakken van de gevangenen waren voorzien om ongeveer 250 man te herbergen. Naarmate de oorlog vorderde, werd het aantal systematisch verhoogd tot ongeveer 1000 à 1200, zonder extra voorzieningen. Oorspronkelijk was het kamp voorzien om ongeveer 1600 man te interneren. Tegen het eind van '44, begin '45, waren er echter tot 15.000 mensen opgesloten.

Zoals reeds aangehaald, was het hoofdkamp klein van oppervlak maar telde wel 100 bijkampen van 6 tot 6000 personen. Die bijkampen lagen verspreid over Beieren, Saksen en Bohemen (CZ).

In de periode van 1938 tot 1945 werden er meer dan 110.000 mensen op barbaarse wijze gevangen gezet in het hoofdkamp en bijkampen samen. Officiële cijfers geven aan dat er tenminste 30.000 gevangenen dit regime niet overleefden. Andere cijfers, opgemaakt kort na de oorlog door zij die het overleefd hadden, geven aan dat er ten minste 73.296 slachtoffers waren. Van de Russen en de joden die op het eind van de oorlog weggevoerd en vermoord werden, weet men het juiste aantal niet.

Gevangenen werden er nummers, terug te vinden op hun kledij. Nummers van gestorven gevangenen werden opnieuw gebruikt. Op het eind van W.O. II, net voor de dodenmarsen, kreeg iedereen een totaal ander nummer. Ook werden grote groepen gevangenen niet meer ingeschreven. Daardoor was de chaos, op het einde van de oorlog ,volledig.

De mensen die er op inhumane wijze gevangen werden gezet, kwamen uit: België, Bellarus, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Italië, Nederland, Noorwegen, Oekraïne, Oostenrijk, Polen, Slovenië, Spanje, Tsjechië,...

Binnen de omheining van het kamp waren het de KAPO's (Duitssprekende medegevangenen met een groene driehoek, de zogenaamde Kameradschaftpolizisten) die op sadistische wijze het kampleven regelden.

De laatste kampcommandant was Max Kögel die reeds zijn sporen had verdiend in andere concentratiekampen.

Het concentratiekamp werd opgericht binnen de economische structuren van de SS (de DESt, Deutsche Erd- und Steinwerke). Meer bepaald: de granietwinning. Die granietwinning was noodzakelijk voor het uitvoeren van de plannen van rijksarchitect A. Speer. Met graniet, o.a. gewonnen in Flossenbürg, zouden Duitse steden en kolossale bouwwerken verfraaid worden. Later, vanaf 1943, werden er ook vliegtuigen van het type Messerschmitt 109 geassembleerd.